Iets over naamvallen


De zin "Een antwoord wij u sturen" klinkt vreemd.
Toch staan er dezelfde woorden als in het gebruikelijker "Wij sturen u een antwoord", alleen de volgorde is anders.

Is die volgorde of logische structuur op een of andere wijze bepaald?

Ja, door gewoonte, waarbij op te merken valt dat onze taal slechts twee zinsstructuren kent:
onderwerp - vervoegd werkwoord (wij sturen) of
vervoegd werkwoord - onderwerp (sturen wij).


Vroeger konden ook naamvallen de logica van een zin suggereren.

    Den sterken man gaf Karel een klap.

Hierbij kon iedereen aan de verbuiging van 'de' en 'sterk' zien (en horen) dat Karel (onderwerp) een klap gaf en de sterke man (meewerkend voorwerp) die klap kreeg.

Een naamval is een uiterlijke vorm van een woord, afhankelijk van zijn functie in de zin. De tweede naamval bijvoorbeeld geeft een woord de vorm met -s:

    Karels moedige klap

In het Nederlands is het gebruik van naamvallen vervangen door voorzetsels en woordvolgorde. Alleen de meeste persoonlijke voornaamwoorden kennen nog naamvalsvormen:

    Ik zie hem.
    Hij ziet mij.

Hem en mij zijn de 4e naamvalsvormen van hij en ik.


In sommige woorden herkennen we nog oude naamvalsvormen, zoals in:

  • 2e naamval:
  • 's morgens
    geenszins
    dermate
    langzamerhand


Ook in vele vaste combinaties komen nog naamvalsvormen voor:
  • 2e naamval:
  • de heer des huizes
    onverrichter zake
    dezer dagen

  • 3e naamval:
  • te allen tijde
    in goeden doen
    met voorbedachten rade

Voor een alfabetisch overzicht van zulke vaste uitdrukkingen zie deze site:
taaluniversum

copyright Renia Taal & Tekst | archief 2004 - 2007